DuurzameInzetbaarheid: verschil tussen versies

Uit Wikilexis
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
(8 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 11: Regel 11:




''Duurzame inzetbaarheid is het op een zodanig wijze organiseren van doelen, mensen, middelen en verbindingen, dat door middel van een transactie, toegevoegde waarde kan stromen van aanbod naar vraag, met als voorwaarde dat de gevolgen van deze transactie het vermogen van toekomstige generaties, om in hun behoeften te voorzien, niet mag hinderen''
''Duurzame inzetbaarheid is het op een zodanige wijze organiseren van vraag (doel, behoefte) en aanbod (mens en middel) en verbindingen daartussen, dat deze aansluit op de behoeften van het heden, waarbij door middel van een transactie, toegevoegde waarde kan stromen van aanbod naar vraag, zonder dat deze transactie het vermogen van toekomstige generaties, om in hun eigen behoeften te voorzien, in gevaar brengt.''

Huidige versie van 17 jun 2016 09:07

Uit analyse van bestaande definities van DuurzameInzetbaarheid in smalle zin en kritiek op bestaande en vaak ‘smalle’ definities van DuurzameInzetbaarheid kunnen we een aantal kenmerken filteren die nodig zijn voor de definitie van in brede zin waarbij de default organisatievormen zoals ‘het bedrijf’ en ‘de markt’ niet vanzelfsprekend meer zijn.

Een hulpmiddel zou pas vanzelfsprekend (nuttig) moeten zijn als het een duurzame bijdrage levert aan de organisatie van een duurzame welvaart voor de mens en haar ecosysteem. Enkele belangrijke kenmerken van een definitie in brede zin zijn:

  1. Effectief (functioneel en primair evolutionair nodig voor voortbestaan van de soort).
  2. Duurzaam: met de keuzes die we als huidige generatie maken, mogen we toekomstige generaties niet bepreken in hun keuzes.
  3. Productief: zorg ervoor dat mensen productiever kunnen worden en de surplustijd kunnen gebruiken om taken uit te voeren die de overheid in het kader van de participatie-samenleving terugbrengt naar de burger. Om in de toekomst talenten, die thuis ook nog taken hebben te doen, te kunnen blijven vinden en binden, moet je deze talenten een gezonde werk-privé balans bieden.
  4. Adaptief (flexibel): het organiserend vermogen moet zo ontworpen zijn dat een organisatie voldoende snel en in voldoende mate zich kan aanpassen aan veranderende omstandigheden.
  5. Schaalbaar: natuurorganisaties (bijvoorbeeld zoogdieren), woonorganisaties (steden) en werkorganisaties volgen dezelfde patronen, waarvan schaalbaarheid (steeds efficiënter worden) één van de twee belangrijkste is (naast adaptie). Kern van evolutie is een goede balans tussen schaalbaarheid en flexibiliteit .

Hiermee zouden we tot een volgende definitie in brede zin kunnen komen:


Duurzame inzetbaarheid is het op een zodanige wijze organiseren van vraag (doel, behoefte) en aanbod (mens en middel) en verbindingen daartussen, dat deze aansluit op de behoeften van het heden, waarbij door middel van een transactie, toegevoegde waarde kan stromen van aanbod naar vraag, zonder dat deze transactie het vermogen van toekomstige generaties, om in hun eigen behoeften te voorzien, in gevaar brengt.